Archief van de Friese Maatschappij van Landbouw ontsloten

Op vrijdagmiddag 18 oktober zal op een bijeenkomst met bestuursleden,  oud bestuurleden van de Friese landbouworganisaties en andere belangstellenden de inventaris van het archief van de Friese Maatschappij van Landbouw worden gepresenteerd aan het publiek.
Plaats van handeling is het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld. Het eerste exemplaar van het boekwerk zal worden aangeboden aan de voorzitter van LTO-Noord Siem Jan Schenk. 


 

Weekend van de Friese Landbouwgeschiedenis

Op zaterdag 19 en zondag 20 oktober staat  de landbouwmechanisatiegeschiedenis van Friesland centraal. Met lezingen, films, en een expositie laten het museum en de Afron zien wat er was en is op het gebied van landbouwmechanisatie in Friesland. Ook wordt tijdens die dagen een gloednieuwe website gepresenteerd waarop bijna alle  landbouwwerktuigenfabrikanten die onze provincie eens rijk was te zien zijn.  Er zijn inmiddels meer dan tweehonderd (!) getraceerd.


 

Aldo Theater met Poppen Oink!  

donderdag 24 oktober om 14:30 uur

Een boerin heeft het mooi voor mekaar: leuke varkens, leuke bezigheden op het land dus eigenlijk is ze echt gelukkig … totdat ze droomt dat ze een prinses is… maar ja, het is maar een droom! Zou het haar lukken om een prinses te worden?

een leuke kindervoorstelling van 3 - 10 jaar 

entree 6,00 pp

graag even opgeven via onze mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

of op tel. 0511-539420


 

LEZING OVER ‘STJONKFABRIEK’

 

Wat gebeurt er met kadavers en ander dierlijk afval

 De verwerking van dierlijk afval, zoals kadavers, staat voor velen van ons veraf. Toch hebben we er allemaal, direct of indirect, mee te maken. Niet alleen in de veeteelt, maar ook wanneer onze huisdieren dood zijn gegaan. In een lezing op zondagmiddag 27 oktober a.s. in het Fries Landbouwmuseum vertelt auteur Anne-Marie Oudejans over de verwerking van dierlijk afval vanaf de oudheid tot de dag van vandaag. De NTF in Burgum / Sumar (It Stjonkfabryk) zal hierbij speciale aandacht krijgen. Het is een actueel onderwerp nu net bekend is geworden dat ‘Sumar’ in Amerikaanse handen overgaat. De aanvang is 15:00 uur.

 

Oudejans vertelt niet alleen over het verwerkingsproces maar geeft ook ruime aandacht aan de juridische en sociale kanten van de dierlijk afvalverwerking of “animal rendering”.

 

Bij haar onderzoek hierover is zij vooral geraakt door de heersende, en veelal onterechte, vooroordelen over deze bedrijfstak. Zo werd het verwerken van kadavers lange tijd door maatschappelijke verschoppelingen gedaan. Afvalverwerking was onaangenaam en smerig werk en er lagen allerlei besmettingsziekten op de loer. Als gevolg van hun werk hebben de afvalverwerkers vaak onder erbarmelijke en mensonterende omstandigheden moeten leven.

In tegenstelling tot wat de veel gebruikte term “destructie” suggereert, wordt al vanaf het verre verleden dierlijk afval omgezet in bruikbare producten. Tegenwoordig zijn dat voornamelijk vaste en vloeibare biobrandstoffen. De verwerking van dierlijk afval vormt daarmee één van de vroege voorlopers van het huidige "cradle-to-cradle principe".

 

Annemarie Oudejans studeerde aan de HTS in Groningen is was eerst werkzaam in de aardoliewinning en daarna in de bodemsanering. Momenteel is zij “pre-pensionado”. Ze  raakte  geïnteresseerd in de verwerking van dierlijk afval na een excursie naar een afvalverwerkingsbedrijf.
Ze gaf onlangs een boek uit met als titel “Categorie één: Dierlijk afvalverwerking door de eeuwen heen”.  

 


 

 

Culturele Middag rondom dichter, schilder  en boerenarbeider Gerben Rypma

 

Op zondagmiddag 13 oktober a.s. is er een Culturele middag rondom dichter, schilder  en boerenarbeider Gerben Rypma. Momenteel is in het museum overzichtexpositie van hem te bezichtigen. Deze middag staat in het teken van zijn dichtwerk. Aan de middag werken mee: Eeltsje Hettinga, The Doarmers, Abe de Vries en Emma Jansma.De aanvang is om 15:30 uur. Dit initiatief is een samenwerking tussen het museum en de Gerben Rypma Stichting.

 


 

Keatstallenmiddag 

 

Ons museum heeft afgelopen voorjaar een zeldzaam stuk speelgoed verworven. Het betreft een speelgoedstal, een zogenaamde  ‘keatstâl’ uit 1894  afkomstig uit Hieslum. De publiciteit in de Leeuwarder Courant hieromheen heeft geleid tot de ontdekking  van nog zo’n  10 andere keatstallen. Vele ouderen herinnerden zich dat ze vroeger met een dergelijke stal speelden en namen contact op met het museum. Een aantal ervan (drie) hebben inmiddels hun stal aan het museum geschonken. Ook twee collecties gekleurde bikkels, die dieren moeten voorstellen, zijn verworven.

 

Al met al genoeg reden om een speciale middag in het museum te beleggen rondom de voorloper van de huidige  speelgoedboerderij. Op zondagmiddag 15 september a.s. tussen 14:00 en 17:00 uur zijn de verworven stallen te bezichtigen. Er komen dan ook een aantal bezitters van stallen met hun keatstâl langs om die te laten zien én er over te vertellen. 

 

Keatstâl

 

Een Keatstâl is in de meeste gevallen een ongeveer anderhalf meter lange en 25 centimeter brede nabootsing van een Friese koestal vaak compleet met stallen, een giergoot of grup (groppe) en de voergang (mielgong). De stal wordt deels overkapt met een dakje. Op de stallen staan dan beschilderde koten,  (keaten, in het Fries uit te spreken als kjetten,) die koeien moeten voorstellen. Een koot is het beentje van het eerste vinger- of teenlid van een koe. De beentjes zijn vaak  beschilderd in zwartbonte, grijze en roodbonte kleurstellingen. In een aantal gevallen zijn er ook grotere en kleinere beentjes aanwezig die paarden, schapen en varkens moeten voorstellen.

 

Keatspul

 

Ook zal een poging worden gedaan om het aloude ‘Keatspul’ weer nieuw leven in te blazen: dit spel was een soort kegelspel, dat met een groot aantal kootjes, (meer dan  100), werd gespeeld. Vooral  ’s winters werd het op de mielgong achter de koeien gespeeld. Mensen die dit spel van vroeger nog kennen worden uitgenodigd mee te doen. 


 

Fryske Trekkerdagen

Op zaterdag 6 en zondag 7 juli a.s. organiseert  het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld de ‘’Fryske Trekkerdagen’’. Twee dagen lang staat de trekker centraal in en rond het museum.  Speciaal thema dit jaar is ‘van gras tot mest’: behalve tractoren zullen zodoende ook verschillende machines te zien zijn die in dit thema passen. Verder staan er kinderactiviteiten  op het programma. 
Daarnaast is er op de zondag weer het Open Fries kampioenschap trekkerbehendigheid met antieke tractoren.
B
eide dagen beginnen om tien uur en duren tot vijf uur. Het museum organiseert de dagen samen met de Oude Trekker en Motoren Vereniging (OTMV) en de AFRON.

Op het buitenterrein bij het museum worden een groot aantal antieke trekkers verwacht waarvan verschillende met werkende werktuigen. Verschillende OTMV en AFRON leden showen hun mooiste exemplaren, soms in originele staat en soms zo mooi gerestaureerd dat ze rechtstreeks uit de fabriek lijken te komen.  Ook komen er een aantal stationaire motoren die vroeger vaak gebruikt werden voor de aandrijving van melkmachines. Zo nu en dan zullen die hun krachten tonen. 
Voor kinderen zijn er allerlei activiteiten in de ‘’kinder-knutsel-hoek’’. Naast het maken van trekkerpuzzels en kleurplaten, kunnen ze buttons maken en, heel leuk, een eigen trekker  in elkaar knutselen en daarna nog in de verf zetten ook.  Voor de peuters is er een parcours uitgezet met traptrekkers, waar ze een echt rijbewijs kunnen behalen. Op een grote springkoe kunnen de kleintjes zich uitleven.
Het museum is natuurlijk de gehele dag geopend, en naast de vaste expositie zijn er drie tijdelijke  tentoonstellingen: foto’s van ‘Boerebern’, schilderijen in de expositie ‘’Landschappelijk bekeken’’, en de Afron expositie ‘Wegen en Meten in de landbouw’.
De entree bedraagt volw. € 6,00 en Kids € 3,00 (incl.  museum)

 

Zeldzame speelgoedstal,‘Keat-stâl’

uit 1894 naar Fries Landbouwmuseum

 

EARNEWALD - Het Fries landbouwmuseum in Earnewâld heeft een zeldzaam stuk speelgoed verworven. Het betreft een speelgoedstal, een zogenaamde  ‘keatstâl’ uit 1894  afkomstig uit Hieslum.

 

Het is een bijna anderhalf meter lange en 25 centimeter brede nabootsing van een Friese stal compleet met stallen, een giergoot of grup (groppe) en de voergang (mielgong). Zelfs een barte (een plankier over de grup) is aanwezig.

 

De stal wordt deels overkapt met een rood dakje. Op de twaalf stallen staan beschilderde koten,  (keaten in het Fries) die koeien moeten voorstellen. (Een koot is het beentje van het eerste vinger- of teenlid). Ze zijn allemaal afzonderlijk beschilderd in zwartbonte en roodbonte kleurstellingen. Uniek is dat alle 24 koeien nog aanwezig zijn. Op voorzijde van de stal staat in sierlijke letters: C.S. Couperus – 1894.

 

De jongen die met de stal speelde was Cornelis Symon's Couperus (3 juli 1888 – 22 juni 1970), uit het kleine dorpje Hieslum bij Parrega. Hij kwam ter wereld op een boerderij aan wat nu de Idserdaweg nummer 10 is. Hij heeft daar tot 1918 met zijn vader geboerd. Daarna is zijn zuster Baukje Couperus op de boerderij gekomen met haar man Jelle J. de Jong.

 

Vader Symon B. Couperus bouwde in 1918 een nieuwe boerderij aan de Idsersaweg 18 in het zelfde dorp. De nazaten van Couperus denken dat de jonge Cornelis de speelgoedstal op zijn zesde verjaardag gekregen heeft, want op de voorzijde van de stal staat behalve zijn naam, het jaartal 1894. De speelgoedstal is altijd op de boerderij op Idserdaweg 10 blijven staan. De boerderij is in 2006 verkocht en toen het gebouw leeg gehaald moest worden, werd de speelgoedstal op zolder aangetroffen. Vermoedelijk heeft de stal daar vanaf 1918, dus bijna negentig jaar gestaan. Cornelis Couperus is ongetrouwd gebleven.

 


 

Portret van fameuze Stamboekbolle verworven

Anna’s Adema was vader van tien preferente zoons  

Op 10 mei kreeg  het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld een groot schilderij van de stamboekstier Anna’s Adema. Anna’s Adema werd in 1944 in de vermaarde fokstal van A.N.Wassenaar te Jelsum geboren. In 1945 werd de stier gezamenlijk aangekocht door de veefokkers S.J. Sikma en Lammert J. Dijkstra te Hatsum. De in Canada woonachtige zoon  en erfgenaam van de laatstgenoemde fokker, Jan Dijkstra,  schonk het schilderij aan het museum.

Anna’s Adema is een kleinzoon van de grote Adema 197 en de grootvader van een ander icoon van de Friese veefokkerij: Blitsaerd Keimpe.

In de stamboekzaal van het museum  hangt al een schilderij van ‘pake’ Adema 197,  ‘pakesizzer’  Anna’s  Adema komt er nu naast te hangen.

Overigens hangt er nog meer familie van Anna’s Adema in het museum: de verleden jaar verworven kop van Adema’s Athleet, hij  is op zijn beurt weer de bet-overgrootvader. Het schilderij is in 1953 gemaakt door schilder  R. van der Vegt  uit Leeuwarden.

Preferent
Anna’s Adema 30587 liet maar liefst tien preferente zoons na. In 1950 werd hij preferent B verklaard, ‘gezien de goede kwaliteit van de zoons en dochters, hun grote mate van uniformiteit en de fraaie melktekens van de dochters, gepaard gaande met uitmuntende producties’, aldus het keuringsrapport van het Fries Rundvee Stamboek (F.R.S.). Het rapport eindigde met de opmerking: ‘Met belangstelling zullen de verdere verrichtingen van deze stier gevolgd worden’.  Anna's Adema kreeg in de seizoenen 1951-'52 en in 1958-59 de kans om preferent A te worden, maar  beide keren was de soms iets vroegtijdige slijtage van de dochters een belemmering om hem die status te verlenen.  In 1970 echter kreeg het F.R.S.-bestuur de mogelijkheid om stieren met uitzonderlijke fokprestaties naderhand tot preferent A te laten promoveren en daar werd direct gebruik van gemaakt. Men kon aan de hand van veel gegevens concluderen dat de stier een blijvende en bijzonder gunstige invloed op de veefokkerij had uitgeoefend. Dat bleek ook uit het feit dat naast dat er zeventig dochters en zoons preferent waren verklaard, ook een belangrijk aantal klein- en achterkleinzoons intussen preferent verklaard waren, zo schrijft veeteelthistoricus  Reimer Strikwerda in zijn standaardwerk ‘Een eeuw Fries Stamboekvee’. De stier leefde toen al lang niet meer, hij ging dood, 15 jaar oud,  in 1959.

K.I.

Door de goede resultaten werd Anna’s Adema al heel snel door heel Friesland en de rest van Nederland bekend en werd de vraag naar het gebruik van deze stier erg groot. Een van de fokkers die hem gebruiken waren bijvoorbeeld de Bootsma’s van de Haubois boerderij te Loeïnga, die er fraaie resultaten mee scoorden.  Uiteraard was de aanvraag al snel veel groter dan waarin kon worden voorzien. De familie begon daarom  al in een vroeg stadium met kunstmatige inseminatie (K.I.).  In de jaren na de oorlog stond de K.I. nog in de kinderschoenen en was het nog niet erg goed georganiseerd. Daarom werd in overleg met de plaatselijke veearts besloten om op de boerderij zelf met K.I. te beginnen. De veearts was hierbij de centrale figuur. Na het collecteren van het zaad zette de veearts zijn microscoop op de keukentafel en bepaalde hoeveel doses zaad er gemaakt konden worden. Er was toen nog geen mogelijkheid om het zaad in te vriezen zoals nu, maar er werd wel een koelkastje aangeschaft. Hierdoor was het zaad tenminste 3 tot 4 dagen houdbaar.

Sigaar

Omdat vervoer van de doses zaad over langere afstand toen nog niet mogelijk was, moest iedere tochtige koe naar de boerderij op Hatsum komen. Maar dit was voor de eigenaren van de fokkoeien geen probleem. Zij kwamen niet alleen uit alle hoeken van Friesland, maar zelfs uit Noord Holland naar het gehucht onder Dronrijp . Als een koe tochtig was, werd er een veeauto geregeld en kwamen boer en koe naar Hatsum. Tegelijkertijd werd de veearts gewaarschuwd. Deze insemineerde de koe ter plaatse. Daarna werd iedereen steevast in de huiskamer genodigd en was het tijd voor een dikke sigaar.

 

makkeynfryslan

Timeskaters 

Frysk Lânbou Museum
Koaidyk 8b
9264 TP  Earnewâld

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  Telefoon 0511-539420   geregistreerd-museum
  Fax 0511-539697