OUD NIEUWS 2014

LeziNG Windmotoren

Als afsluiting van de expositie over Amerikaanse Windmotoren organiseert het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld op zondag 26 oktober a.s. een lezing over dit fenomeen. Inleider is Mark Ravesloot (MSc), die enige tijd geleden een doctoraalscriptie schreef over dit onderwerp. De middag begint om 15:00 uur. Vooraf en nadien is de expositie te bezichtigen.
In het Friese landschap staan nog op verschillende  plaatsen stalen windmolens. Ze namen vanaf begin 1900 de plaats in van de oude houten watermolens zoals de tjasker, de spinnekop en de monniksmolen. In Friesland werd de Amerikaanse windmolen erg populair. In de eerste plaats vanwege het kleinschalige polderlandschap, er waren daardoor veel plaatsen waar een windmotor opgericht kon worden. Het had daarnaast te maken met het conservatisme van de Friese boeren. Die vonden stoommachines, die in die jaren ook beschikbaar kwamen, veel te ingewikkeld en kostbaar: de wind was immers gratis en steenkool was duur. Ook hadden deze gemalen bediening nodig. De Amerikaan daarentegen had bijna geen menskracht nodig, want de molen kan zichzelf door een slimme constructie naar de wind richten en bij harde wind zich aanpassen of zelfs automatisch uit de wind draaien. De glorietijd van de windmotor was maar van korte duur. Na WO II werden de windmotoren op grote schaal vervangen door gemalen die aangedreven werden door elektriciteit of dieselmotoren. Door de concentratie van polders en waterschappen werden veel windmolens overbodig en daarna afgebroken. Gelukkig is er een aantal windmotoren gespaard gebleven. Verschillende daarvan zijn gerestaureerd, onder andere in opdracht van deStichting Waterschapserfgoed. Zij zijn de stille getuigen van de laatste fase van de windbemaling in Fryslân.

De expositie laat de geschiedenis van deze interessante ontwikkeling zien. Naast (echte) onderdelen en een tweetal modellen waarvan één uit 1916, is er filmmateriaal en kon er geput worden uit het omvangrijke bedrijfsarchief van de grootste bouwer van Friesland, de Gebr. Bakker in IJlst. Dit nog steeds bestaande bedrijf heeft sinds begin 1900, door de jaren heen, meer dan 1.000 windmotoren geleverd. 

 

Lezing over hooibergen

 

Op zondagmiddag 13 april aanstaande organiseert het Fries Landbouwmuseum een lezing over hooibergen onder de titel:  ‘de hooiberg: meer dan een berg hooi’. De aanvang is om 15:00 uur. Opgave is niet nodig. Inleider die middag is Suzan Jurgens die wetenschappelijk adviseur is van de Stichting Kennisbehoud Hooibergen Nederland (SKHN). Deze stichting is in 2005 opgericht door enkele liefhebbers van de hooiberg  die inzagen dat het nu of nooit was om kennis over de hooiberg voor het nageslacht te bewaren. Naast het verzamelen van kennis en deze weer te verspreiden door middel van een website (www.skhn.nl), publicaties en lezingen streeft de stichting het stimuleren van de restauratie van oude hooibergen en het bouwen van nieuwe bergen met streekbepaalde elementen na. Daartoe worden adviezen gegeven en mensen en bedrijven met elkaar in contact gebracht. Het onderzoek richt zich op de regionale verscheidenheid in bouwkundige aspecten, het gebruik van de hooiberg en benamingen van de berg en zijn onderdelen, in binnen- en buitenland en van de prehistorie tot heden. Daartoe wordt veldwerk verricht en archiefonderzoek uitgevoerd. Ook de hooiberg in de kunst is een bron van informatie.

 

oude Friese merrie blijkt 2.000 jaar oud

EARNEWALD - Een enige tijd geleden door het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld verworven skelet van een paard, blijkt maar liefst 2.000 jaar oud te zijn. Het gaat om het skelet van merrie. Het paard moet afkomstig zijn uit een terp in Friesland. Er zijn aanwijzingen dat het skelet in de jaren dertig nabij Ferwerd gevonden is.  Het Fries Landbouwmuseum kreeg het paard enige tijd geleden van de Universiteit van Wageningen, die vanwege verhuizing een zolderopruiming hield. In een koperen houdertje op het voetstuk van het frame, waar het paard op staat, zat een vergeeld papiertje met de tekst  ’Paard uit de terpen’.  Uit een C-14 datering komt nu haar echte leeftijd naar voren: 2.000 jaar oud. Het ‘hynderke’ is vanaf het museumweekend (zaterdag 5 april) te bewonderen in het museum.  Complete paardenskeletten uit de ijzertijd en de vroeg-Romeinse tijd zijn erg zeldzaam.

Voor de oorlog hadden hoogleraren in Wageningen grote belangstelling voor de ontwikkeling van Nederlandse landbouwhuisdierrassen. Met name huisdieren uit de terpen hadden hun interesse, want in terpen blijven voorwerpen van organisch materiaal goed bewaard. In de zomerperiode 1928-1931 hield een Wageningse ingenieur met medewerking van Prof. D.L. Bakker toezicht op de afgraving van de terp Burmania bij Ferwerd.
Het verhaal wil dat er twee broers actief waren als terpafgraver op Ferwerd. Een van hen werkte tot ‘s avonds laat aan het schoonmaken van een paardenskelet. Zijn broer vond dat maar raar, maar de volgende dag begreep hij de ijver van zijn collega. Die verkocht voor  25 gulden, een groot bedrag in die tijd, het skelet aan een Wageningse ingenieur. Wie weet was dat dit paard.

Het blijkt te gaan om een kleine merrie, met een schofthoogte van 128 tot 136 cm. In de bovenkaak van dit skelet ontbreken de hoektanden, wat kenmerkend is voor een merrie, want hengsten hebben forse hoektanden in de bovenkaak. Gelet op de afslijting van de snijtanden werd de merrie ouder dan 23 jaar. Het dier moet voor zijn eigenaren erg bijzonder zijn geweest omdat het werd begraven. Paarden werden doorgaans geslacht en ook opgegeten. Het dier is na de opgraving gemonteerd op frame. Omdat het uit Wageningen komt, is het aannemelijk dat het voor onderwijsdoeleinden als zodanig is opgesteld.  
Het ontbreken van informatie over de vondstomstandigheden van het paardje maakte een datering lastig. Er moeten  registratiedata zijn van de terpopgraving, maar dezen zijn tot nu toe nog niet gevonden. Maar met een koolstof-14 dateringsmethode is de ouderdom wel te bepalen. Met toestemming van  het museum is een klein stukje van de onderkant van de schedel weggenomen en voor een datering ingestuurd naar het C-14-laboratorium van het Centrum voor Isotopen Onderzoek (CIO) van de Rijksuniversiteit Groningen. Dit stukje bot gaf uitsluitsel over de datering. De uitslag is 2060 ± 40 jaar Before Present of wel omgerekend in kalenderjaren leefde dit paard tussen 187 voor Christus en 25 na Christus. Het paard stamt dus uit de late ijzertijd of het begin van de Romeinse tijd.

C-14 
Paarden fungeerden in de ijzertijd en de vroeg-Romeinse tijd als rijdier, maar werden ook geslacht en opgegeten. De meeste paardenbotten uit deze periode worden namelijk als losse botten gevonden tussen slachtafval van runderen en in mindere mate schapen en varkens. Ze zijn bovendien vaak gebroken. Soms werden in deze periode gebruiksvoorwerpen, zoals priemen en grepen uit paardenbotten gemaakt, terwijl koten soms als werpkoot dienden. Paardenbotten werden overigens in de midden- en laat-Romeinse tijd vaker gebruikt om werktuigen uit te maken. Paarden kwamen in de ijzertijd en vroeg-Romeinse tijd op alle terpen voor, maar waarschijnlijk in kleine aantallen. Paardenbotten maken altijd slechts enkele procenten (maximaal 9%) uit van de botten van alle huisdieren die in wierden worden teruggevonden.Dit paard was voor haar eigenaren mogelijk een bijzonder dier, het vervulde wellicht een bijzondere rol of het was een paard met een bijzondere geschiedenis. Misschien kreeg zij tot op hoge leeftijd nog veulens. Er zijn geen ziekteverschijnselen op het skelet te zien. Ze kan tot het laatst als rijpaard of als fokmerrie hebben gediend. Kennelijk waren er redenen dat dit paard aan het eind van een lang leven niet werd opgegeten, maar netjes, vermoedelijk bij een ritueel, werd begraven.

In 2012 werd bij Dronrijp bij een opgraving in een oude put een skelet gevonden van een paard, maar deze is van jongere datum (enkele eeuwen na Christus). 

Museumweekend op 5 en 6 april

Tijdens het Museumweekend op 5 en 6 april signeert Grietje Huisman haar boeken. Beide dagen tussen 14:00 en 17:00 uur.

Van 1 april tot 15 juni organiseert het Fries Landbouwmuseum de wisselexpositie 'Tuinpatat', de originele aquarellen uit het recent verschenen gelijknamige boek van kunstenaar Grietje Huisman.

 

makkeynfryslan

Timeskaters 

Frysk Lânbou Museum
Koaidyk 8b
9264 TP  Earnewâld

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  Telefoon 0511-539420   geregistreerd-museum
  Fax 0511-539697