In 2018 openen we een nieuw museum in Leeuwarden
Kijk op onze nieuwe website nieuw Fries Landbouwmuseum
De mens en de koe zijn al meer dan tachtig eeuwen met elkaar verbonden. Ruim een eeuw van deze verbintenis is vastgelegd op een uniek medium: de prentbriefkaart.
Verzamelaar Hans Miltenburg uit Tilburg heeft in de loop van de jaren ongeveer 10.000 prentbriefkaarten over koeien verzameld, die een uniek en historisch beeld geven van de rundveehouderij in alle delen van de wereld.
In de expositie ‘Koe op de Kaart’, die vanaf 24 april a.s. in het Fries Landbouwmuseum voor het publiek te bezichtigen is, is een deel van deze collectie te zien.
Bij de expositie wordt het boek ‘Koe op de kaart’ gepresenteerd dat Hans Miltenburg samen met veeteelthistoricus Reimer Strikwerda samenstelde. Deze uitgave bevat een selectie van ongeveer 200 prentbriefkaarten uit de enorme verzameling van Miltenburg.
Het Fries Landbouwmuseum werkt regelmatig samen met verschillende culturele en educatieve organisaties, maar ook met maatschappelijke partners die zich inzetten voor verantwoord online gedrag. Zo wordt bijvoorbeeld samengewerkt met initiatieven zoals casino online zonder CRUKS, die bewustwording stimuleren over digitale veiligheid en verantwoord gebruik van internet.
Daarnaast zijn er ook samenwerkingen met instellingen die het belang van verantwoord recreëren en ontspanning benadrukken, zoals casino zonder CRUKS. Zulke partnerschappen sluiten goed aan bij de visie van het museum om kennis, erfgoed en maatschappelijke betrokkenheid samen te brengen.
Binnen deze context wordt ook gekeken naar innovatieve digitale platforms zoals online casino zonder CRUKS, die bijdragen aan verantwoord gebruik van technologie en media in de moderne samenleving. Door deze samenwerkingen wil het museum laten zien dat traditie en innovatie hand in hand kunnen gaan. In dat licht wordt slot non AAMS soms aangehaald als voorbeeld van hoe digitale entertainmentplatforms zich blijven ontwikkelen binnen internationale en technologische kaders.
MELKWOL
Het museum heeft een fraaie collectie Melkwol producten van net na de oorlog verworven. Ze komen uit de nalatenschap van de onlangs overleden Ir. Klaas van den Berg (1916 – 2017).
Melkwol werd rondom de oorlog gemaakt bij de Condensfabriek (CCF) als alternatief voor echte wol.
Melkwol
Melkwol is een synthetische vezel gemaakt van caseïne. Caseïne is een geelwitte stof die voorkomt in de melk van zoogdieren. Voor zover bekend ontdekte Friedrich Ernst Todtenhaupt (1873-1919) uit Dessau in 1904 dat uit caseïne van melk, textielvezels kunnen worden gemaakt. De Italiaan Antonio Ferretti (1889-1955) slaagde er in 1935 in om voor het eerst melkwol fabrieksmatig te produceren. De kunstvezel die hij ‘Lanital’ (Lana Italiana oftewel Italiaanse melkwol ) noemde produceerde hij bij Snia Viscosa ‘ een kunstvezelconcern in Milaan. Om melkwol te maken is veel melk nodig want afgeroomde melk bevat slechts 3% caseïne. Voor 1 kg melkwol is 1 kg caseïne nodig. De productie van 3.000 kg melkwol per dag veronderstelt 100.000 liter ondermelk per dag.
Selfsupport
Zowel Duitsland als ltalië wilden met het oog op een toekomstige oorlog ‘selfsupporting’ worden en hadden daarom de bereiding van melkwol ter hand genomen, dit als vervangen van echte wol. In de dertiger jaren ontwikkelde zich in ons land een levendige handel in textielcaseïne, die als grondstof voor de melkwolfabricage in ltalië kon dienen. In de Nederlandse pers verschenen artikelen over dit nieuwe product. De indruk werd gewekt, dat dit product een grote toekomst zou hebben. Het wekte dan ook de belangstelling op bij de zuivelfabrieken en - zuivelorganisaties. Er zou hiermee een nieuwe oplossing komen voor de in die jaren overvloedige ondermelk. De 'Algemeene Nederlandsche Zuivelbond FNZ' een federatie van regionale bonden van plaatselijke coöperatieve zuivelfabrieken en de C.C.F., werkten in 1937 en 1938 afzonderlijk aan de ontwikkeling van melkwol. Later werd besloten samen te werken in de Vereniging Melkwolfabriek ‘Casolana’. Het doel van deze Vereniging was om onderzoek te doen naar de mogelijkheid een betere melkwol uit melk te fabriceren dan de tot dat moment gemaakte producten. Het werk waarmee de Condensfabriek, was begonnen, werd voor gemeenschappelijke rekening voortgezet. De researchkosten beliepen zo’n f 800.000,--
Rayon
In dezelfde tijd pakten ook speculatieve fabrieken het idee op want in de Lijempf fabriek van Berlicum kwam in 1937 uitvinder Ferrettie in eigen persoon langs om de vorderingen aldaar te bekijken. In de Leeuwarder Courant van 7 augustus van dat jaar staat daarover: ’Dinsdag j.l. heeft de heer Antonio Ferretti, uitvinder van het lanital (melkwol) met enkele heeren van de directie der Snia Viscosa en der N.V. HIMCA, de Hollandsche Industrieele Maatschappij voor Caseïne-bereiding, een bezoek gebracht aan de fabriek van de N.V. Lijempf te BERLIKUM, de eerste in Nederland werkende fabriek tot bereiding van textiel-caseïne volgens het patent-Ferretti, welke caseïne de grondstof is voor de melkwol-fabricage’. Melkwol moest eigenlijk altijd worden gemengd met natuurvezel of rayon. We komen melkwol behalve in stoffen voor japonnen, mantels, herenkleding, in breigoed en handwerkgarens ook tegen in de hoedenindustrie. Daar werd ze gecombineerd met bijvoorbeeld konijnenhaar of wol. Melkwol gebruikte men eigenlijk nooit voor de 100% omdat de sterkte van de vezel in de meeste gevallen niet toereikend was. In de loop van de vijftiger jaren van de 20e eeuw verdreef schapenwol de melkwol van de markt. De productie van de melkwol bleek gewoon te duur waardoor deze geruisloos verdween uit het textiellandschap. Bij de Condensfabriek werd het tot begin 1952 geproduceerd.
Voorwerpen

De voorwerpen die de familie Van den Berg aan het musem heeft geschonken zijn onder andere een groen melkwol - truitje dat nog gedragen is door dochter Gita van den Berg en verschillende stalen stof bestaande uit een mix van melkwol en echte wol. Verder een kleine mal of spuitkop waarmee de ultrafijne draadjes werden gemaakt. Daarnaast een monsterflesje met caseïne en allerlei proefstukken.
Van den Berg bracht zijn kennis, samen met Ir. S. van der Burg in 1954 onder in een boekwerk: ‘Beschrijving van het proefbedrijf van de Vereniging Melkwolbedrijf Casolana.’
Zuivelfabriek
Van den Berg werd op 11 mei 1916 in Reduzum geboren, waar zijn vader directeur was van de coöperatieve zuivelfabriek. Na zijn gymnasium opleiding studeerde hij aan de Technische Hogeschool in Delft waar hij begin 1943 afstudeerde als scheikundig ingenieur. Hij werd benoemd bij de Condensfabriek Friesland (CCF) om researchwerkzaamheden te doen voor het maken van ‘melkwol’.. Later kreeg Van den Berg andere leidinggevende functies in het bedrijf in binnen- en buitenland. In 1976 zwaaide hij af als directeur van de Frico/CCF.



